BOEK
‘Bescheiden van pretentie, maar beminnelijk van goeden wil’ van Loge Eemland.

Het
boek is te bestellen bij boekhandel de boer te baarn of via www.tiem.biz.
De prijs bedraagt € 9,95.
Burgemeester

Loge Eemland is in 1932 in het oude hotel Zeiler (tegenover het NS-station) opgericht door vrijmetselaars uit Soest en Baarn.
Baarn beschikt daarmee over een rijke historie als het gaat
om de vrijmetselarij. Zo is van 1947 tot 2002 in een paar villa’s aan
Het boek over deze historie is geschreven door René
Corbeij, Dick van den Dobbelsteen en Cok de Zwart ter gelegenheid van het
75-jarig bestaan van loge Eemland. Cok de Zwart behandelt
De titel ‘Bescheiden van pretentie, maar beminnelijk van
goeden wil’ komt uit het verslag
De auteurs van het boek hebben gebruik gemaakt van uniek, oorspronkelijk bronnenmateriaal, dat jarenlang verloren was gewaand.
Het boek is uitgegeven bij de in Baarn gevestigde
uitgeverij TIEM en is te bestellen bij boekhandel de boer te baarn of via www.tiem.biz.
De prijs bedraagt € 9,95.
Nadere informatie: Cok de Zwart, 06-54682826
EEN PREVIEW
VAN DE EERSTE PAGINA’S VAN DE DRIE HOOFDSTUKKEN:
Hoofdstuk I
De
geschiedenis van loge Eemland
Het begin: de tijd vóór de Tweede
Wereldoorlog
Op 15 oktober 1932 werd officieel loge Eemland
geïnstalleerd als
148ste
loge in Nederland. De
installatie volgde op de algemene ledenvergadering
(het Grootoosten genoemd) van 19 juni waarop
zonder
hoofdelijke stemming de aanvraag werd
goedgekeurd die daartoe
op 22 februari 1932 was ingediend. Op
datzelfde Grootoosten werd
ook besloten tot de oprichting van de Unie van
Utrecht (Utrecht)
en De Oude Landmerken (Arnhem).
In het Maçonniek Tijdschrift drieëntwintigste
jaargang 1932/33
staat een verslag van de festiviteiten.
‘Hotel Zeiler, tegenover het station,
was het punt van samenkomst, tevens het oord
der werkzaamheden.
Met ruimte en gelegenheid woekerende hadden de
Baarnse
broeders een afgedekt geheel tot stand
gebracht zonder al te veel
hiaten. Toen eenmaal de nieuwe werkplaats
gewijd en geproclameerd
was, de arbeid met de arbeiders samen onder de
symbolieke
verstrooiing van graan en plenging van wijn en
olie in het werk
was gesteld, en de nieuwe Achtbare Meester
broeder J.H. van Dorp
uit de handen van den Grootmeester (Hermanus
van Tongeren)
het Maillet had mogen overnemen, kon de loge
Eemland voor de
vele oog- en oorgetuigen tonen wie zij was en
wat zij wil zijn. Wij
kunnen er van zeggen: bescheiden van
pretentie, maar beminnelijk
van goeden wil.’
Zonder slag of stoot is die plechtigheid niet
tot stand gekomen.
Hoofdstuk II
De vrijmetselarij en paleis Soestdijk
In een jubileumboekje over de loge Eemland (Baarn en Soest) mag
een hoofdstuk over de Oranjes niet ontbreken. Het paleis Soestdijk
staat op grondgebied van de gemeente Baarn, maar vanwege haar
naam hebben Soestenaren het altijd ook als hun paleis beschouwd.
Van prins Frederik (1797-1881) is algemeen bekend dat hij vrijmetselaar
was. Velen zullen zelfs weten dat hij jarenlang grootmeester
was. De vraag is of er voor en/of na hem Oranjes lid van de vrijmetselarij
waren en hoe innige band van de bewoners van paleis
Soestdijk met de vrijmetselarij was.
Tijdperk van de stadhouders
Van de eerste Oranje-bewoner van paleis Soestdijk is niet bekend of
hij vrijmetselaar was. Stadhouder Willem III (1650-1702), later ook
koning van Engeland, liet tussen 1674 en 1678 het huis bouwen, dat
nog steeds de kern vormt van het huidige paleis. Toen Willem III
en Koningin Mary in 1684 het landgoed het Oude Loo verwierven,
liet het paar daar een nieuw jachtslot bouwen. Soestdijk werd daardoor
niet meer zo vaak gebruikt. Na de dood van koningin Mary
in 1691 benoemde Willem III de jonge stadhouder Johan Willem
Friso tot zijn enige erfgenaam, omdat zijn huwelijk kinderloos was
gebleven. In 1702 overleed ook de koning-stadhouder. Voor het testament
in werking kon treden, moest eerst een oplossing gevonden
worden voor de aanspraken die de koning van Pruisen Frederik I op
grond van zijn afstamming van prins Frederik Hendrik op Willems
nalatenschap deed gelden. Frederik had zich een groot deel van
de Oranje-nalatenschap toegeëigend. Na jaren van onderhandeling
leek in 1711 een regeling bijna bereikt. Maar toen Johan Willem
Friso in juli van dat jaar op weg was om tot een vergelijk met zijn
Pruisische rivaal te komen, verdronk hij tijdens de overtocht over
het Hollandsch Diep bij Moerdijk. Fredrik I maakte gebruik van de
onverwachte dood van Johan Willem Friso en het zou nog twintig
jaar duren voordat de zaak definitief geregeld was. Zolang hoefden
de prinses-weduwe van Oranje, Maria Louise van Hessen-Kassel
en haar zoon, de zeven weken na de dood van zijn vader geboren
prins Willem IV (1711-1751), echter niet te
wachten.
Hoofdstuk III
Louisa State, een vrijmetselaarsinstituut
in Baarn
Bijna zestig jaar was de vrijmetselarij duidelijk zichtbaar aanwezig
aan de Gerrit van der Veenlaan in Baarn. In een aantal monumentale
villa’s in een mooie, bijna 1,5 hectare grote parktuin was het
internaat Louisa State gevestigd, behorend tot het erfgoed van de
Nederlandse vrijmetselarij. Een lange 134-jarige geschiedenis begint
al in 1868 en eindigt in 2002.
Voor de goede waarnemer was het embleem van de Nederlandse
vrijmetselarij in de tuin te zien. De in elkaar verstrengelde passer en
winkelhaak was in de vorm van een zorgvuldig geschoren buxushaag
in de voortuin geplant.
De Louisa State was een in Nederland zeer goed bekendstaand internaat,
waar ongeveer zestig jongens en meisjes in de leeftijd van 6
tot 18 jaar konden wonen. Ze gingen naar school in de buurt. Het
Baarnsch Lyceum heeft veel ‘Statelingen’ opgeleid voor later. Maar
ook scholen verder weg, tot aan Utrecht toe, ontvingen de kinderen.
Op De State werden ze verder op een zo huiselijk mogelijke manier
opgevangen. Een hele staf personeel van kok tot leerbegeleider, van
directeur tot klusjesman en mevrouw voor het was- en naaiwerk.
Het instituut ging met zijn tijd mee, in de laatste jaren had elk kind
een eigen kamer.
Direct na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, werd de eerste en
grootste villa, Gerrit van der Veenlaan 16, gekocht en betrokken.
In de loop van de volgende jaren werden er aanpalende villa’s bijgekocht.
Het complex kreeg vorm, met een sportveld, tennisbaan,
hockeyveld en zelfs een kleine dierenboerderij.
In 2002 werd De State gesloten. Het complex werd verkocht aan een
Baarnse projectontwikkelaar. Conform de eisen van het beschermde
dorpsgezicht dat van toepassing was op de gehele wijk, werden de
villa’s weer in ere hersteld, het terrein werd opgedeeld en er verscheen
een nieuwe villa aan de Hertog Hendriklaan. Alsof er niets
was gebeurd werd het geheel weer in stijl teruggegeven aan de
mooie villawijk, het Prins Hendrikpark, en alleen wat brandtrappen
langs de gebouwen herinneren nog aan het internaatsverleden.
De periode Louisa State is slechts een deel van een veel langere
en eerbiedwaardige historie. Het internaat heeft twee..................
Het boek is te bestellen via uitgeverij TIEM