BOEK ‘Bescheiden van pretentie, maar beminnelijk van goeden wil’ van Loge Eemland.

Het boek is te bestellen bij boekhandel de boer te baarn of via www.tiem.biz. De prijs bedraagt € 9,95.

 

 

Burgemeester Jan de Groot van Baarn kreeg vrijdag het eerste exemplaar overhandigd van het boek ‘Bescheiden van pretentie, beminnelijk van goeden wil; de geschiedenis van loge Eemland (1932-2007)’. Hij ontving het exemplaar uit handen van de voorzitter van de loge, Freerk Oltmans.

 

Loge Eemland is in 1932 in het oude hotel Zeiler (tegenover het NS-station) opgericht door vrijmetselaars uit Soest en Baarn.

Baarn beschikt daarmee over een rijke historie als het gaat om de vrijmetselarij. Zo is van 1947 tot 2002 in een paar villa’s aan de Gerrit van der Veenlaan Louisa State gevestigd geweest, een internaat dat is opgericht voor en door vrijmetselaars. Ook heeft de Koninklijke familie nauwe banden gehad met de Orde der Vrijmetselaren.

Het boek over deze historie is geschreven door René Corbeij, Dick van den Dobbelsteen en Cok de Zwart ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van loge Eemland. Cok de Zwart behandelt de geschiedenis van de loge, terwijl René Corbeij de relatie tussen het Oranjehuis en de vrijmetselaars beschrijft. Dick van den Dobbelsteen heeft de geschiedenis van Louisa State geboekstaafd.

De titel ‘Bescheiden van pretentie, maar beminnelijk van goeden wil’ komt uit het verslag van de officiële openingsceremonie van loge Eemland, dat indertijd in het Maçonniek Tijdschrift verscheen. Die plechtigheid vond plaats op 15 oktober 1932.

De auteurs van het boek hebben gebruik gemaakt van uniek, oorspronkelijk bronnenmateriaal, dat jarenlang verloren was gewaand.

Het boek is uitgegeven bij de in Baarn gevestigde uitgeverij TIEM en is te bestellen bij boekhandel de boer te baarn of via www.tiem.biz. De prijs bedraagt € 9,95.

 

Nadere informatie: Cok de Zwart, 06-54682826

 

 

 

 

EEN PREVIEW VAN DE EERSTE PAGINA’S VAN DE DRIE HOOFDSTUKKEN:

 

 

 

Hoofdstuk I

De geschiedenis van loge Eemland

Het begin: de tijd vóór de Tweede Wereldoorlog

Op 15 oktober 1932 werd officieel loge Eemland geïnstalleerd als

148ste loge in Nederland. De installatie volgde op de algemene ledenvergadering

(het Grootoosten genoemd) van 19 juni waarop zonder

hoofdelijke stemming de aanvraag werd goedgekeurd die daartoe

op 22 februari 1932 was ingediend. Op datzelfde Grootoosten werd

ook besloten tot de oprichting van de Unie van Utrecht (Utrecht)

en De Oude Landmerken (Arnhem).

In het Maçonniek Tijdschrift drieëntwintigste jaargang 1932/33

staat een verslag van de festiviteiten. ‘Hotel Zeiler, tegenover het station,

was het punt van samenkomst, tevens het oord der werkzaamheden.

Met ruimte en gelegenheid woekerende hadden de Baarnse

broeders een afgedekt geheel tot stand gebracht zonder al te veel

hiaten. Toen eenmaal de nieuwe werkplaats gewijd en geproclameerd

was, de arbeid met de arbeiders samen onder de symbolieke

verstrooiing van graan en plenging van wijn en olie in het werk

was gesteld, en de nieuwe Achtbare Meester broeder J.H. van Dorp

uit de handen van den Grootmeester (Hermanus van Tongeren)

het Maillet had mogen overnemen, kon de loge Eemland voor de

vele oog- en oorgetuigen tonen wie zij was en wat zij wil zijn. Wij

kunnen er van zeggen: bescheiden van pretentie, maar beminnelijk

van goeden wil.’

Zonder slag of stoot is die plechtigheid niet tot stand gekomen...........

 

 

Hoofdstuk II

De vrijmetselarij en paleis Soestdijk

In een jubileumboekje over de loge Eemland (Baarn en Soest) mag

een hoofdstuk over de Oranjes niet ontbreken. Het paleis Soestdijk

staat op grondgebied van de gemeente Baarn, maar vanwege haar

naam hebben Soestenaren het altijd ook als hun paleis beschouwd.

Van prins Frederik (1797-1881) is algemeen bekend dat hij vrijmetselaar

was. Velen zullen zelfs weten dat hij jarenlang grootmeester

was. De vraag is of er voor en/of na hem Oranjes lid van de vrijmetselarij

waren en hoe innige band van de bewoners van paleis

Soestdijk met de vrijmetselarij was.

Tijdperk van de stadhouders

Van de eerste Oranje-bewoner van paleis Soestdijk is niet bekend of

hij vrijmetselaar was. Stadhouder Willem III (1650-1702), later ook

koning van Engeland, liet tussen 1674 en 1678 het huis bouwen, dat

nog steeds de kern vormt van het huidige paleis. Toen Willem III

en Koningin Mary in 1684 het landgoed het Oude Loo verwierven,

liet het paar daar een nieuw jachtslot bouwen. Soestdijk werd daardoor

niet meer zo vaak gebruikt. Na de dood van koningin Mary

in 1691 benoemde Willem III de jonge stadhouder Johan Willem

Friso tot zijn enige erfgenaam, omdat zijn huwelijk kinderloos was

gebleven. In 1702 overleed ook de koning-stadhouder. Voor het testament

in werking kon treden, moest eerst een oplossing gevonden

worden voor de aanspraken die de koning van Pruisen Frederik I op

grond van zijn afstamming van prins Frederik Hendrik op Willems

nalatenschap deed gelden. Frederik had zich een groot deel van

de Oranje-nalatenschap toegeëigend. Na jaren van onderhandeling

leek in 1711 een regeling bijna bereikt. Maar toen Johan Willem

Friso in juli van dat jaar op weg was om tot een vergelijk met zijn

Pruisische rivaal te komen, verdronk hij tijdens de overtocht over

het Hollandsch Diep bij Moerdijk. Fredrik I maakte gebruik van de

onverwachte dood van Johan Willem Friso en het zou nog twintig

jaar duren voordat de zaak definitief geregeld was. Zolang hoefden

de prinses-weduwe van Oranje, Maria Louise van Hessen-Kassel

en haar zoon, de zeven weken na de dood van zijn vader geboren

prins Willem IV (1711-1751), echter niet te wachten. .............

 

 

Hoofdstuk III

Louisa State, een vrijmetselaarsinstituut

in Baarn

Bijna zestig jaar was de vrijmetselarij duidelijk zichtbaar aanwezig

aan de Gerrit van der Veenlaan in Baarn. In een aantal monumentale

villa’s in een mooie, bijna 1,5 hectare grote parktuin was het

internaat Louisa State gevestigd, behorend tot het erfgoed van de

Nederlandse vrijmetselarij. Een lange 134-jarige geschiedenis begint

al in 1868 en eindigt in 2002.

Voor de goede waarnemer was het embleem van de Nederlandse

vrijmetselarij in de tuin te zien. De in elkaar verstrengelde passer en

winkelhaak was in de vorm van een zorgvuldig geschoren buxushaag

in de voortuin geplant.

De Louisa State was een in Nederland zeer goed bekendstaand internaat,

waar ongeveer zestig jongens en meisjes in de leeftijd van 6

tot 18 jaar konden wonen. Ze gingen naar school in de buurt. Het

Baarnsch Lyceum heeft veel ‘Statelingen’ opgeleid voor later. Maar

ook scholen verder weg, tot aan Utrecht toe, ontvingen de kinderen.

Op De State werden ze verder op een zo huiselijk mogelijke manier

opgevangen. Een hele staf personeel van kok tot leerbegeleider, van

directeur tot klusjesman en mevrouw voor het was- en naaiwerk.

Het instituut ging met zijn tijd mee, in de laatste jaren had elk kind

een eigen kamer.

Direct na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, werd de eerste en

grootste villa, Gerrit van der Veenlaan 16, gekocht en betrokken.

In de loop van de volgende jaren werden er aanpalende villa’s bijgekocht.

Het complex kreeg vorm, met een sportveld, tennisbaan,

hockeyveld en zelfs een kleine dierenboerderij.

In 2002 werd De State gesloten. Het complex werd verkocht aan een

Baarnse projectontwikkelaar. Conform de eisen van het beschermde

dorpsgezicht dat van toepassing was op de gehele wijk, werden de

villa’s weer in ere hersteld, het terrein werd opgedeeld en er verscheen

een nieuwe villa aan de Hertog Hendriklaan. Alsof er niets

was gebeurd werd het geheel weer in stijl teruggegeven aan de

mooie villawijk, het Prins Hendrikpark, en alleen wat brandtrappen

langs de gebouwen herinneren nog aan het internaatsverleden.

De periode Louisa State is slechts een deel van een veel langere

en eerbiedwaardige historie. Het internaat heeft twee..................

 

 

 

 

 

Het boek is te bestellen via uitgeverij TIEM

 

    Home    Volgende pagina    Vorige pagina