GESCHIEDENIS VAN DE VRIJMETSELARIJ

De voorgeschiedenis van de vrijmetselarij kunnen wij zoeken in de Engelse en Schotse bouwgenootschappen van de Middeleeuwen. In oude handschriften, waaronder het zogenaamde Regius Manuscript uit ca. 1390, komen wij al de term "freemason" tegen.

 

Vanaf een zeker moment in de 17de eeuw in Engeland werden ook andere mannen dan handwerklieden lid van delodges”: deze niet-operatieve "accepted masons" worden "speculatieven" genoemd.

 

De Middeleeuwen

In de Middeleeuwen was er een enorme activiteit aan bouwprojecten gaande. Denk hierbij aan de kathedralen en kerken. (Chartres, de Notre Dame, de Dom van Keulen om er maar een paar te noemen). De werklieden hadden zich verenigd in gilden die de onderverdeling Leerling en Gezel kenden. Het waren Vrije Metselaren, die niet gebonden waren aan een werkgever, maar konden gaan en staan waar zij wilden. Deze lieden konden elkaar herkennen aan enkele tekens en gebaren, zoals wij nu een identificatiekaart zouden tonen. Het was nodig om deze veiligheidsprocedure in te bouwen, want de werklieden reisden van de ene bouwplaats naar de andere, waar zij zonder deze afspraken door niemand als vakman zouden worden herkend.

In zo’n bouwcorporatie of lodge kwam men dus bouwers tegen uit verschillende taalgebieden, uit andere culturen, met andere godsdiensten. Ze hadden één taal gemeen, dat was de taal van de bouwtekening.

Om deze geweldige bouwwerken te kunnen bouwen moest men over goed ontwikkelde vaardigheden en over een hoge opleiding beschikken. Wiskunde, rekenkunde, materiaalkennis, constructiekennis, enz. waren absolute vereisten. Bouwlieden en architecten waren naast de kerk vrijwel de enigen in het bezit van kennis op niveau. 

 

 

De zeven vrije kunsten werden beoefend:de ARTES LIBERALES:

geometrica, mathematica, astronomica, retorica, grammatica, filosofia en musica

waarvan geometrie voor de bouwers de belangrijkste was. Al deze takken van -wat wij nu wetenschap noemen -kwamen bijeen in de bouw en het ontwerp van een kathedraal.

Kennis werd verkregen door een leven lang van studie en kennisoverdracht aan leerlingen en gezellen. De meeste grote kathedralen in Europa werden gebouwd in de 12e en 13e eeuw. Deze kennisoverdracht ging mondeling (er was tot in de 15e eeuw geen boekdrukkunst). De loge, of lodge, werd dus een soort academie, een leerschool, een plaats waar men opgroeide van leerling tot meester. De leden van deze loges genoten in hun tijd groot aanzien. Buiten deze lodges was er eigenlijk maar een plaats waar aan wetenschap en het verkrijgen van kennis werd gedaan en dat waren de kloosterorden. Wetenschap was voorbehouden aan de geestelijkheid en een relatief klein aantal universiteiten.

Na verloop van tijd werden de oorspronkelijke handwerkzaamheden overschaduwd door de onderlinge filosofische contacten. Niet alleen maar: hoe bouwen we een gebouw, maar ook: waarom bouwen we een gebouw. De stap naar de vraag “hoe bouwen we een betere wereld” is dan ook niet meer zo groot. In de loop van zo’n 100 jaar, tussen 1600 en 1700 ontwikkelde zich uit de bouw-beschouwing een levensbouw-beschouwing en vervolgens een levens-beschouwing. De werk- (operatieve) loges verdwenen en maakten plaats voor de meer beschouwelijke of speculatieve loges. Men ging zich richten op een denkbeeldig bouwwerk. Dat werd de denkbeeldige “tempel der mensheid”, die weer symbolisch werd voorgesteld door het enige gebouw dat uitvoerig in de Bijbel werd beschreven; de tempel van koning Salomo.

 

Zo vanaf ongeveer 1600 waren vrijwel alle grote wetenschappers, kunstenaars, filosofen en niet te vergeten de hogere adel lid van de loges. Mensen als Isaac Newton, Robert Burns en Sir Cristopher Wren (de architect van de St. Paul’s Kathedraal). Deze mensen waren op hun beurt weer de grondleggers van de Royal Society of Science (1660)

 

 

 

De officiële geschiedschrijving van de moderne vrijmetselarij begint in 1717. Op 24 juni van dat jaar, de dag van de schutspatroon van de bouwers, Johannes de Doper, werd door vier Londense loges de eerste overkoepelende Grootloge gesticht. Voortaan zouden de broederschapgedachte en de ethische en symbolische elementen meer op de voorgrond staan.

 

 


De laatste tijd is er een tendens gerezen die de ontstaansgeschiedenis van de Vrijmetselarij in verband brengt met de Tempeliers. De Orde derTempeliers vormde een machtige organisatie van ridders uit de tijd van de kruistochten die bijzondere bescherming genoten van Koning en Paus. De tempeliers onderzochten de Tempelberg te Jeruzalem en waren blijkbaar op zoek naar de Ark des Verbonds. (l’arche <-> graal !) De Ark werd in de tabernakel geplaatst, en in de ark bevond zich de “steen der wijzen”, die met de grootste omzichtigheid benaderd moest worden, en onder strikte kledingcondities: men mocht niets van metaal dragen in de buurt ervan, men moest zijn metalen afleggen….voor degene die dat niet deed was volgens de oude bijbelverhalen, de dood het gevolg. Ook in de tempel van Salomo, waar de Ark werd bewaard in het Heilige der Heiligen, de kubusvormige ruimte in het binnenste gedeelte van de tempel, werden geen metalen gebruikt. Volgens het Oude Testament sprak Mozes via dit intrigerende “apparaat” met God. Het gerucht wil echter dat de Ark al snel ontvoerd werd uit de tempel van Salomo door diens zoon Menelek naar Ethiopië, waar hij zijn moeder, de koningin van Scheba opvolgde. Het zou tot 1972 duren dat de laatste telg uit deze dynastie zou regeren! (Keizer Haile Selassi)

Volgens de Ethiopische Kebra Negast wordt de Ark nog steeds daar bewaard, maar andere geruchten verhalen van een tweede ontvoering naar Frankrijk door de Tempeliers, alwaar hij nog steeds door een select gezelschap in het geheim bewaakt zou worden. Denk hierbij ook aan het geheim van Rennes le Chateau.

Op vrijdag de 13de oktober 1307 waren het koning Philips de Schone en Paus Clemens V, die de rijke en machtig geworden Tempeliers lieten arresteren en als staatsgevaarlijk ter dood lieten brengen. Sommigen wisten te ontkomen naar Schotland en er wordt aangenomen dat zij deel hebben gehad aan de vorming van een nieuwe broederschap, die zich verder heeft ontwikkeld tot de vrijmetselarij. Delen van de rituelen uit de tempelierstijd zijn in ieder geval bij de vrijmetselarij terecht gekomen.

 

 

ENIGE JAARTALLEN:

 

Speculatieve Vrijmetselarij vanaf 18de eeuw.


1717 Vier van de elf loges in Londen en Westminster verenigen zich tot een Grootloge en kiezen een Grootmeester. Dit gebeurde op St. Jan (24 juni: dag van Johannes de Doper) in een herberg in Londen.


1721 De Londense Grootloge geeft de Schotse predikant James Anderson opdracht een wetboek samen te stellen. Vanaf dit jaar treden ook loges buiten Londen toe. De grootmeester komt voortaan uit de hoge adel.


1723 Uitgave door James Anderson (met hulp van Dr. John Theophilus Desaguliers en George Payne) van The Constitutions of the Free-Masons, bestaande uit:

History (legendarische geschiedenis),

Charges (gedragsregels) en

Regulations (organisatorische bepalingen)

Het geheel werd besloten door een aantal maçonnieke liederen.

 

 

Nederland


1731 Frans, hertog van Lotharingen (later echtgenoot van Maria Theresia van Oostenrijk en Duits Keizer), wordt in een loge ten huize van de Engelse gezant in Den Haag als Leerling- en Gezel-vrijmetselaar aangenomen (door o.a. J.Th. Desaguliers).


1734 Stichting van de eerste Nederlandse loge (vnl. Engelsen, "Loge du Grand Maître") in 's-Gravenhage (thans "L'Union Royale").


1735 De "Loge du Grand Maître" vormt zich tot een (Haagse) Grootloge. Stichting van een tweede Nederlandse loge in Den Haag, een derde in Amsterdam. Verbod van de "Prinsgezinde" Vrijmetselarij door de Staten van Holland en Westfriesland; desondanks opleving vanaf 1744. Omstreeks deze tijd oppositie van kerk en staat, vnl. tegen de (speelse!) pretentie van souvereine macht van de Grootmeester van een "geheim" genootschap.


1756 Vereniging van loges onder Haagse, Engelse en Schotse constituties tot een nationale "Groote Loge der Zeven Vereenigde Nederlanden".


1757 Nederlandse Grootloge geeft (in de "grondwetgevende vergadering van de Orde") Grootsecretaris J.P.J. du Bois opdracht om een wetboek samen te stellen.


1761 Wetboek (Nederlandse en Franse tekst) van J.P.J. du Bois: Nederlandse bewerking van Andersons Constitutions.


1770 "Akte van Vrijverklaring": "erkenning" door de Engelse Grootloge van de Groote Loge als soevereine Grootmacht voor de gebieden der Republiek en onderhorige landen.


1816 Prins Frederik der Nederlanden (zoon van koning Willem I) wordt "Grootmeester-Nationaal". Hij blijft dit tot zijn dood in 1881.


1905 Maçonnieke Vereeniging tot Bestudeering van Symbolen en Ritualen" (1906-1940 tijdschrift "De Vrijmetselaar").


1917 Nieuwe Ordegrondwet en Ordewetten: Om als vrijmetselaar te worden erkend, diende men lid te worden van een loge.

 

1931 Oprichting van de "Vereeniging Tempelbouw": door architecten, die vrijmetselaar waren.

 

1932 Oprichting van Loge Eemland te Baarn.


1940 Nadat reeds in mei 1940 de bezetter het Ordegebouw in Den Haag begon te onderzoeken en aan functionarissen de toegang werd ontzegd, werd op 3 september beslag gelegd op de bezittingen van de Orde, die niet veel later verbeurd werden verklaard. Grootmeester Hermannus van Tongeren wordt in oktober gearresteerd en sterft op 29 maart 1941 in kamp Sachsenhausen.

 

Ook Loge Eemland moet haar deuren sluiten. Boeken werden verbrand, de deuren verzegeld.


1945-1946 Opsporing en terugbrenging van de gestolen archieven en verzamelingen; begin van het herstel van de logegebouwen.

 

Loge Eemland heropent haar deuren en brengt haar verborgen constitutiebrief weer bovengronds. Er volgt een grote toeloop van nieuwe broeders.


1946 "Maçonnieke Vereeniging tot Bestudeering van Symbolen en Ritualen" en "Vereeniging Tempelbouw" gecombineerd tot Maçonnieke Stichting "Ritus en Tempelbouw" (vanaf 1949 tijdschrift "Thoth").


1956 Viering van het 200-jarig bestaan der Orde; uitgave van een gedenkboek en schenkingen aan verschillende charitatieve instellingen.


1999 Uitgave van de vernieuwde Ordegrondwet en Ordewetten; nieuwe formulering van de beginselverklaring.

 

2005: Over de hele wereld zijn er nu zo’n 120 Grootloges, met wie vriendschappelijke betrekkingen worden onderhouden. Men is in de hele wereld welkom als gast of visiteur.

Engeland telt ongeveer 600.000 vrijmetselaars

Schotland: 300.000

USA: 4.000.000

Nederland: 6000

 

bent u geïnteresseerd in onze loge en wilt u meer informatie of een gesprek?

kijk dan bij Hoe word je lid van Loge EEMLAND?

 

 

 

    Home    Volgende pagina    Vorige pagina