Er worden veel vragen over Vrijmetselarij gesteld. In literatuur en op verschillende websites (o.m. www.vrijmetselarij.nl) zijn vragen en antwoorden bijeen gebracht. Hier een kleine bloemlezing uit de meest gestelde vragen.
De Vrijmetselarij is een eigentijdse stroming, geworteld in een eeuwenlange traditie. Los van enige politieke of religieuze beweging is iedere vrijmetselaar zich bewust van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het streven van de vrijmetselaar is aan zichzelf te bouwen, zijn ´ruwe steen´ te bewerken, om daardoor bewuster in de samenleving te functioneren en op deze manier voor anderen en zichzelf in het dagelijks leven meer te betekenen.
Van oudsher is de Vrijmetselarij een broederschap, een
inwijdingsgenootschap waartoe alleen mannen wordt toegelaten en dat is nog
altijd zo. Daarmee is de vrouw niet uitgesloten; bij meerdere gelegenheden per
jaar wordt de aanwezigheid van de dames bijzonder op prijs gesteld. Bij dat
soort gelegenheden worden gewoonlijk ook de weduwen van overleden broeders
uitgenodigd.
Sinds 1947 bestaat er een vrijmetselaarsorde waarvan alleen vrouwen lid kunnen
zijn: Vita Feminea Textura (www.ordevanweefsters.nl).
Daarnaast bestaat er een gemengde vrijmetselarij: Le Droit Humain (www.droit-humain.org/paysbas),
waarvan zowel mannen als vrouwen lid kunnen worden.
Het besloten karakter van de Loge – overigens gewoon
ingeschreven in het verenigingsregister van de KvK, net als iedere andere
vereniging – zal het beeld van geheim genootschap wel eens versterkt hebben.
Toch wil het besloten karakter in feite niet méér zeggen dan dat alleen leden en
genodigden toegang hebben tot de Loge. Net als bij de meeste andere verenigingen,
trouwens.
En dan is er nog het 'geheim' dat besloten zou liggen in rituele handelingen en
ook dat is een misvatting. De beschrijvingen van rituelen en symbolen zijn te
vinden in de meeste openbare bibliotheken. Het zogenaamde geheim heeft een heel
ander karakter dat tot uitdrukking komt in de ervaring van de kandidaat op het
moment van zijn inwijding; een zeer persoonlijke beleving die eigenlijk niet
goed onder woorden gebracht kan worden.
Het lidmaatschap van de Orde, en daarmee dat van de Loge,
staat open voor iedere man van goede naam; dat wil zeggen zijn reputatie mag
geen aanleiding geven tot discussie. Hij moet zich kunnen verenigen met de
statuten en reglementen van de Orde en de Loge. Er bestaat geen enkele beperking
naar geloof, ras, afkomst, maatschappelijke positie of nationaliteit. De
minimale leeftijd is 21 jaar.
Iedere Loge heeft een eigen identiteit. Van belang is dat een kandidaat zich in
de Loge thuis zal voelen. Om daar over en weer zeker van te zijn wordt er een
aantal gesprekken gevoerd met de kandidaat, alvorens hij als lid zal worden
aangenomen.
Er kunnen praktische overwegingen zijn; Frédéric Royal komt
de eerste drie dinsdagavonden van de maand bijeen. Andere Loges hebben gekozen
voor de maandag-, woensdag- of donderdagavond.
En dan is er nog het punt van de identiteit, zoals hiervoor al even aangegeven.
Loges zijn een resultante van hun geschiedenis en de manier waarop de leden zich
tot elkaar verhouden.
Frédéric Royal is de oudste Loge van Rotterdam en een van de oudste van het
land. Een zekere eigenheid, een gevoel voor historie en traditie is Frédéric
Royal niet vreemd. Een gevoel voor eigenheid dat overigens net zo goed gedeeld
wordt door leden die ternauwernood twintig zijn als door leden die de tachtig al
ruim gepasseerd zijn.