Geschiedenis loge L'Aurore
In de tweede helft van de achttiende eeuw -om precies te zijn
23 december 1760, waren er in Brielle negen Vrijmetselaren,
die een verzoek indienden bij het hoofdbestuur van de Orde der
Vrijmetselaren om er een loge te mogen oprichten. Hoewel we van
deze beginperiode niet over nauwkeurige en uitvoerige
geschiedschrijving beschikken, weten we in elk geval, dat onder
deze negen mannen enkele notabelen van de stad waren en wat
officieren uit het garnizoen. Als reden voor de aanvraag gaven
zij op, dat zij te ver van bestaande loges woonden om regelmatig
bijeenkomsten te kunnen bijwonen. Het was toen geen kleinigheid
om voor zo'n samenkomst een omslachtige reis te moeten maken naar
Rotterdam of Bergen op Zoom.
Op 20 maart 1761 vond de installatie van de nieuwe Loge plaats,
genoemd naar de godin van de dageraad: L'Aurore. Hiernaast ziet
u een afbeelding van de originele constitutiebrief die de
installatie vastlegt.
De leiding van de Loge was in handen van Mr. Jacobus Berthout van Berchem,
een afstammeling uit het adellijk huis van Beieren en van moeders zijde
van de bekende geuzenaanvoerder Treslong.
De samenkomsten vonden in de beginjaren van L'Aurore plaats in de
Stadsdoelen. Het was in die tijd gewoon, dat loges niet over een
eigen gebouw beschikten. In de Nobelstraat heeft de loge jarenlang
(1798 tot 1822) onderdak gevonden in de herberg "De Prins van Oranje".
Vanaf 1884 beschikt L'Aurore over een eigen pand in de Nieuwstraat,
later uitgebreid met een belendend preceel. Deze twee panden op de
huisnummers 21 en 23 vormen samen één geheel en zijn zodanig verbouwd
en ingericht, dat ze voldoen aan alle eisen om er specifieke
vrijmetselaarsbijeenkomsten te kunnen houden.
Vanaf 1822 was het voor L'Aurore niet mogelijk logebijeenkomsten te
houden omdat het minimum aantal leden dat nodig is om een loge te
kunnen houden, niet gehaald werd. Het heeft tot 1885 geduurd, voordat
L'Aurore weer als "werkplaats" officieel ging functioneren.
In de tweede wereldoorlog werden binnen het Derde Rijk alle
vrijmetselaarsactiviteiten door de bezetter verboden. Het logearchief
ging verloren en het logegebouw werd met alles wat zich daarin bevond,
in beslag genomen. Reeds in 1947 meldde zich de eerste kandidaat voor
het lidmaatschap. Op 26 september 1951 is eindelijk het pand, nadat
het pas in 1950 weer was vrijgegeven, geheel opgeknapt en ingericht,
opnieuw in gebruik genomen.
De vrijmetselarij in Brielle heeft goede tijden gekend en daardoor
is een tweede loge opgericht door leden van L'Aurore. Op 29 november
1986 vond de installatie van loge Arauna No. 281 plaats. Op dit moment
zijn er twee loges in Brielle met samen meer dan 65 leden.
|

Onze constitutiebrief uit 1761
|