Terug
Bouwstukken
Bouwstuk ‘gelijkwaardigheid’

Als ik zo maar even een greep doe uit gebeurtenissen die zich voordeden in de afgelopen maanden dan denk ik aan:
· Moord op Theo van Gogh met alle nasleep van dien
· Overlijden van André Hazes en overvolle arena
· Allerlei politiek gestuntel in het Haagse
· Verkiezing van de grootste Nederlander alle tijden
· Twee broeders die overstappen vanwege verhoudingen
· Zo maar een ruzie in een winkel

Een paar ervaringen die grotendeels, voor mij, van negatieve aard zijn. Wat een gedoe, verzucht ik dan. Wat is er toch zo moeilijk om gelijkwaardig met elkaar om te gaan. Elkaar de ruimte te geven zonder daar zelf bij in te schieten. Het gedrag op de weg is daar een mooi realistisch voorbeeld van. Alleen al om te zien hoe moeilijk het voor bepaalde mensen is om anderen te laten ‘ritsen’. En broeders, ik ben af en toe ook zo’n hufter hoor. Het is vol op de weg en we moeten de schaarse ruimte met elkaar delen op een gelijkwaardige wijze, denk ik dan. Wat is daar zo moeilijk aan?

In het Koenen woordenboek staat gelijkwaardigheid tussen begrippen als gelijk staan, gelijk stellen, gelijk trekken, gelijkvormig of gelijkzijdig. Als definitie staat er dan gelijk in waarde en stand. De van Dale zegt: “Gelijk in waarde”. Waarde is dan volgens de van Dale de betekenis die iets heeft voor jou en een ander. Gelijkwaardigheid is dan waarschijnlijk een moment waarop jij en ik ergens gelijke betekenis aan toe kennen.

Dit heeft mij, maar ook Alexandra aan het denken gezet. Het staat onomstotelijk vast dat het proces van betekenis verlenen situationeel is en nogal makkelijk kan veranderen. Door de betekenis die ik aan ‘iets’ verleen krijgt het een zekere waarde. Dat kan meer, maar ook minder zijn. De brandblusser in huis is doorgaans van weinig betekenis, maar op het moment dat bijvoorbeeld de kerstboom vlam vat is ineens die blusser misschien wel het meest waardevolle apparaat in mijn huis. De dokter heeft een zekere betekenis, waarde voor mij. Op het moment dat ik ziek wordt neemt de waarde van mijn relatie met de dokter ineens toe.

Als waarde de betekenis is die op enig moment door jou en mij aan iets wordt toegekend dan betekent gelijkwaardigheid, dat jij en ik in een gegeven toestand bijvoorbeeld elkaar van gelijke betekenis in de relatie vinden. Dat lijkt me een zeldzaam moment. Betekenis verlenen komt voort uit diverse individueel bepaalde bronnen. Denk daarbij aan behoeften, drijfveren, voorkeuren, overtuigingen, waarnemingen, et cetera. Het is nou juist hetgeen waarin mensen zo van elkaar kunnen verschillen. Een simpel objectief voorbeeld daarvan is het volgende experiment. Het handelt over een taxi in Londen die op een kruispunt betrokken raakt bij een aanrijding met alleen materiële schade en daarna doorrijdt. Diverse getuigen worden gehoord en met elkaar in contact gebracht. Al snel ontstaat er behoorlijke onenigheid. De vraag is of de taxi zwart of wit was. Later bleek de taxi allebei te zijn. De linker kant was wit gespoten en de rechter zwart gelaten. De ruziënde getuigen stonden blijkbaar aan weerszijden van het kruispunt.

Dit experiment vertelt ons, dat als we ergens van overtuigd zijn, we blijkbaar niet zo maar van mening veranderen. Het experiment vertelt tot nu toe nog weinig over de andere verschillen. Deze worden duidelijk als enkele getuigen zeer bezorgd zijn over de inzittenden en willen weten of er gewonden zijn (de emotieve stijl). Een andere getuige weet precies te vertellen hoe laat het ongeval gebeurde, uit welke straat de taxi kwam en welke pet de chauffeur op had (de ordende stijl). Weer een andere getuige stelt te willen weten wat de oorzaak is van de vele aanrijdingen op dit specifieke kruispunt (analytische stijl). Het plaatje wordt compleet als de artiest zijn kaartje afgeeft en stelt wel weg te weten met een betere vormgeving van het kruispunt (creatieve stijl). Als de bezorgde getuigen ‘zeker weten’ dat er gewonden moeten zijn zal de analytische denker moeilijk te overtuigen zijn als hij of zij er niet een telt.

Hoe langer ik over het begrip gelijkwaardigheid nadenk kom ik tot de conclusie dat gelijkwaardigheid, zoals het hiervoor beschreven werd, eigenlijk helemaal niet gewenst is, zelfs misschien wel niet mogelijk. De uitspraak wij zijn hier, bijvoorbeeld in deze werkplaats, gelijkwaardig aan elkaar betekent dat we van gelijke betekenis voor elkaar zouden willen zijn. Overdreven doorgetrokken kan die benadering van gelijkwaardigheid leiden tot van gelijke waarde zijn of gelijkvormigheid ofwel, eenheidsworsten van de HEMA. Dat kan niet de bedoeling zijn gelet op de uitgangspunten van de Vrijmetselarij!

Wat is gelijkwaardigheid dan wel en waarom houdt dit onderwerp mij zo bezig? Elkaar van gelijke waarde vinden kan in die zin eigenlijk alleen maar als het handelt over de grote waarden in het leven. Jij en ik zijn van gelijke waarde voor het leven, de wereld en het werk van de Opperbouwmeester van het heelal. Dat is een zodanig grote waarheid, daar kan eigenlijk niemand het mee oneens zijn. De toepassing en uitwerking er van in de praktijk levert echter problemen op. De kans dat 2 mensen elkaar in verschillende situaties van gelijke of gelijksoortige betekenis vinden is mijns inziens zeer klein. Zelfs in een goed lopend huwelijk.

Het gemak waarmee ik en jij de behoeften (waarden) van anderen niet zien of negeren of juist voorrang geven aan onze eigen behoeften is groot. Het gemak waarmee we de ander gering schatten. En hoe vaak komt het niet voor dat we onszelf onderwaarderen ten opzichte van de ander. Kortom, als jij en ik op een zeker moment elkaar van dezelfde betekenis vinden zal het gaan over de grote wereld omvattende waarden. Waarden die in het dagelijks leven natuurlijk als vertrekpunt kunnen dienen, maar heel moeilijk toe te passen zijn. Dagelijkse situaties zijn nu eenmaal zeer specifiek, situationeel en persoonsgebonden.

Een uitweg uit deze filosofische impasse kan zijn dat we met gelijkwaardigheid bedoelen, met gelijke waardigheid. We behandelen elkaar met dezelfde waardigheid. We laten elkaar in de eigen waarde!!
Achtbare meester, waarde broeders, daar zit ‘m volgens mij de crux. Iemand in zijn waarde laten en daar met gelijke waardigheid me omgaan gaat uit van het hebben van gelijke rechten.

Mijn gedrevenheid en verbinding met dit begripsonderzoek werd me nu duidelijk. Al heel lang geleden veranderde ik het woord rechtvaardig in recht waardig. Ik was dat al lang weer vergeten, maar ik herinnerde me dat ineens. In rechtvaardigheid zit oordelen over het handelen van een ander opgesloten. De kunst van het recht doen aan de behoeften en belangen van alle betrokkenen al dan niet aan de hand van wetgeving. In mijn versie, rechtwaardigheid, ligt iets anders opgesloten, namelijk het waardig omgaan met elkaars rechten en die zijn in principe gelijk. Het recht om te zijn wie je bent, wat je denkt en bent, hoe je doet, enzovoort. Jij en ik mogen er zijn zoals jij en ik zijn. Hoewel we soms wel human doings lijken, we blijven human beings.

De ander in zijn of haar waarde laten is voor mij een niet onderhandelbaar uitgangspunt, maar tegelijkertijd een opgave voor het leven. Ook ik vind het moeilijk om moordenaars in hun waarde te laten. Toch lukt het me en dat komt vooral doordat ik me dan realiseer dat er ook nog zoiets is als rechtvaardigheid. Ik kan iemand dus recht waardig blijven behandelen en toch ook rechtvaardig oordelen.

Hoe komt het dan dat de ene groep de ander zo makkelijk kan veroordelen? De ene broeder in deze werkplaats de ander zo makkelijk veroordeeld? Voor buitenstaanders komt het vaak niet rechtvaardig over, maar diezelfde buitenstaanders doen het ook. Onterecht veroordelen. Kan het komen doordat we ons in zo’n situatie te veel laten leiden door wat de persoon zegt of doet en minder letten op het recht dat iemand heeft om zoiets te zeggen of zo te doen? Kan het gebeuren dat we eigenlijk in zo’n geval teveel onszelf of een vermeend gezamenlijke norm als juist kiezen zonder ons eerst onvoorwaardelijk in de ander te verdiepen. Zonder oordeel, gericht op begrip, wat niet betekent dat ik dan ook dat wat iemand zegt of doet accepteer. Ik kan iets begrijpen, maar hoef het niet te accepteren. Als ik me eerst grondig in de ander verdiep, zonder voor die ander allerlei motieven, beweegredenen, enzovoort in te vullen, maar juist dat van die ander te willen vernemen, pas dan ben ik in staat te bepalen of er tussen de ander en mij sprake is van een meningsverschil of een misverstand.

Als we niet bereid zijn of niet de tijd nemen ons eerst oordeelsvrij te verdiepen in de ander, iets waar iedereen recht op heeft, dan leidt dat onvermijdelijk tot stereotypering. Stereotypering is van alle tijden en soms zeer gewenst. Zo lang het de functie heeft van het in stand houden van gezonde en productieve belangentegenstellingen en conflicten. Denk daarbij aan de politiek. Stereotypering gaat vooral fout als het zich voordoet onder gelijkgezinden. Gelijkgezinden zijn dezelfde denkwijzen toegedaan zoals over het algemeen aan de orde is in bijvoorbeeld deze werkplaats.Dat is waarom het hier goed toeven is. Gelijkgezinden die elkaar met gelijke waardigheid behandelen, maar juist niet gelijkwaardig zijn. Waar vind je dat tegenwoordig nog?

Het elkaar makkelijk kunnen veroordelen wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het niet bekend zijn met de mate van gelijkgezindheid en het de ander niet in zijn of haar waarde willen laten. Het niet de tijd nemen om de behoeften, overtuigingen en overwegingen van de ander oordeelsvrij te verkennen.

Het waren de Grieken die de dialoog ontwikkelde om recht te doen aan waardigheid en het hebben van gelijke rechten. De dialoog is één van de beste manieren om het ‘veelzijdig stilstaan’ bij de diverse aspecten van een vraagstuk of onderwerp te ondersteunen. In het klassieke Grieks staat ‘dia’ voor ‘door’ en ‘logos’ voor ‘woord of betekenis’. Dialoog interpreteren we in deze toepassing als het gezamenlijk betekenis geven aan…… Het doel van de dialoog is een thema, vraagstuk of anderszins met elkaar te verkennen waarbij meningen, emoties, gedachten, vermoedens naast elkaar worden gezet. Discussie in de vorm van welles-nietes is niet toegestaan. Het flink doorvragen op elkaar vormt de basis van de dialoog.

Een goede dialoog voldoet aan zeven eisen. Alle zeven zijn even belangrijk, en iedere dialoog is zo goed als de zwakste schakel in de keten van deze zeven.
1. Opschorten van oordeel
Een goede dialoog is alleen mogelijk als de deelnemers bereid zijn om de meningen, gevoelens en motivaties van de anderen tot zich te nemen, zonder daaraan conclusies te verbinden en er een oordeel over te geven. In de dialoog luisteren we ieders inbreng door vragen te stellen en pas een antwoord of nieuwe inbreng te geven als de vorige spreker klaar is.

2. Identificatie en uitstel van eigen vooroordelen
Vooroordelen zijn de vanzelfsprekendheden die ieder mens heeft en ook nodig heeft om zichzelf en de wereld om zich heen te begrijpen. Iedere deelnemer brengt de eigen vooroordelen in kaart en stelt deze bij zichzelf ter discussie.

3. Luisteren
Luisteren naar anderen om vast te stellen wat zij belangrijk vinden en daarmee het eigen begrip te vergroten. Luisteren naar jezelf, zowel naar de innerlijke conversatie als naar je eigen toon en woordkeuze als je spreekt. Luisteren naar het collectief, om de meningen en ideeën die zich in de loop van het gesprek ontwikkelen te identificeren en te benoemen.

4. Onderzoek en reflectie
Toen Newton onder een boom zat en een appel zag vallen vroeg hij zichzelf af waarom de appels wel vallen en de sterren niet. Dat is een onderzoekende vraag. Goede vragen stellen is een kwestie van fundamentele nieuwsgierigheid en grondige reflectie, zowel naar buiten toe als naar binnen, om er achter te komen wat werkelijk belangrijk is.

5. Nonverbale communicatie
Als twee boodschappen van één persoon tegengesteld zijn, wordt de nonverbale boodschap bijna altijd gezien als de meest geloofwaardige. De nonverbale vormen van communicatie zijn terug te vinden in het uiterlijk, de lichaamshouding, de lichaamsbewegingen, de gezichtsuitdrukkingen en de attributen die men meebrengt. Je kunt vragen stellen over het nonverbale gedrag van een andere deelnemer aan de hand van de feedbackregels. Ook kun je letten op je eigen signalen.

6. Conversatie richtlijnen
De dialoog hoeft geen ander resultaat op te leveren dan de dialoog zelf. Iedereen luistert zonder weerhouding. Iedereen respecteert verschillend in opvatting. Statusverschil en verschil in functionele rol worden tijdelijk buiten werking gesteld. De verantwoordelijke voor het proces is een door ieder gedeelde verantwoordelijkheid. Wie het woord heeft, spreekt tot de gehele groep. Ieder mag het woord nemen zodra hij of zij de behoefte voelt om zich uit te spreken. Er wordt uitgegaan van het hier en nu (geen ouwe koeien). Ieder staat voor zijn eigen mening, waarbij geldt dat ieders werkelijkheid de zijne is, maar ook niets minder.

7. Gespreksleiding
De gespreksleider zorgt er voor dat de deelnemers zich aan de regels houden, zorgt voor discipline in de groep en wijst zonodig deelnemers op hun verantwoordelijkheid. Hij of zij bemoeit zich niet met de inhoud van de dialoog.

De deelnemers aan een dialoog moeten over de volgende vaardigheden beschikken:
· mentale processen expliciet maken en visualiseren;
· vermijden van overhaast generaliseren;
· het verduidelijken van onderliggende emoties;
· hanteren van intuïtieve ingevingen;
· werken met een simpele en duidelijke denk- en doestructuur;
· evenwicht bewaren tussen de verdediging van een standpunt en onderzoek daarvan;
· onderscheid zien tussen officieel verkondigde en de feitelijk gevolgde ideeën.
· in plaats van meningen poneren vragen stellen (vraagtechniek als gevolg van een denkstructuur);
· in plaats van etaleren wat men zelf in huis heeft onderzoeken welke denkbeelden een ander heeft;
· in plaats van onmiddellijk oplossingen aandragen voor het vraagstuk eerst helpen het te analyseren;
· in plaats van te spreken van wat je zou kunnen denken (hypothetisch gefilosofeer) duidelijk uitspreken wat je werkelijk denkt.

Een dialoog is een onderzoeksgesprek, gericht op gezamenlijk nadenken en gemeenschappelijk onderzoek van een vraagstuk. Doel van de dialoog is uit te stijgen boven het individuele denken, en daardoor inzichten te verwerven die ieder voor zich niet zou kunnen bereiken. Een dialoog is, met andere woorden, gericht op het vinden van ‘de waarheid’ in een bepaalde kwestie. Op die manier krijgt het collectieve denken en leren steeds meer samenhang. Een goed gevoerde dialoog kan niet alleen leiden tot een verrijking van inzicht en explicitering van de in een groep bestaande stilzwijgende kennis, maar ook tot afstemming van het denken van deelnemers op elkaar, tot een groter begrip van elkaars standpunten.

Wat begon met een onderzoek van het begrip gelijkwaardigheid eindigt met de beschrijving van de dialoog als instrument gericht op het verkennen van elkaar met gelijke waardigheid.

Spectemur Agenda en verbeter je zelf, begin bij de ander!


Achtbare meester, ik hoop hiermee aan uw opdracht te hebben voldaan.