Op 19 november 2004 hield Prof. Anton van de Sande een lezing met als titel “Een Prins in de Loge: wat haal je in huis?”

Korte samenvatting van de lezing

De Haagse loge L’Union Royale heeft meer dan welke andere loge ook te maken gehad met het koninklijk Huis. Vanaf 1847 tot zijn dood in 1881 is prins Frederik, de tweede zoon van Koning Willem I, lid van deze loge. In 1876 wordt ook Prins Alexander, de jongste zoon van Koning Willem III, in L’Union Royale ingewijd.

Dat een lid van het koninklijk Huis het Grootmeesterschap bekleedde, was in de negentiende eeuw in vele Europese landen min of meer vanzelfsprekend. Prins Frederik heeft echter, meer dan zijn vorstelijke collega’s elders, ook daadwerkelijk leiding gegeven. In L’Union Royale is hij ‘Meester van Eer’.

De charitatieve en maatschappelijke initiatieven van de Prins (onder andere de oprichting van een nationale nijverheidsschool voor werklieden) zijn via de Haagse loge in gang gezet; de inzendingen op de prijsvraag voor het Nationaal Gedenkteken 1813 (in 1863-67) werden in deze loge tentoongesteld; het standbeeld voor Spinoza werd vanuit de Fluwelen Burgwal onthuld.

De ‘prinselijke glans’ had uiteraard ook schaduwzijden: vooral in de laatste twintig jaar van het Grootmeesterschap van Frederik werd dit zichtbaar.

In zijn lezing wil Van de Sande aantonen dat zowel Prins Frederik als zijn achterneef Prins Alexander de Vrijmetselarij beschouwden als een welkome mogelijkheid om met het weldenkend deel der burgerij voeling te houden en maatschappelijke veranderingen in gang te zetten. De Haagse loge L’ Union Royale mag dan wel dank zij hun lidmaatschap een ‘hoofse’ indruk hebben gemaakt, per saldo heeft ze met name onder prins Frederik de kans gekregen (en genomen) om de maatschappelijke relevantie van de maçonnerie te bewijzen.

 

Wie is Anton van de Sande?

Anton van de Sande is als cultuurhistoricus verbonden aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Sinds 2000 bekleedt hij de bijzondere leerstoel ‘Vrijmetselarij als geestesstroming en sociaal-cultureel Europees verschijnsel’ aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Hij publiceerde onder andere Vrijmetselarij in de Lage Landen. Een mysterieuze broederschap zonder geheimen (Zutphen 1976, 2000) en Verbeelding van het onzichtbare. Drie eeuwen beeldvorming over vrijmetselarij (Den Haag 2002).

Terug